Publicaties

Politiebeloningen los je niet op met marktconformiteit

Een groei van bromsnor naar de professionele maatschappelijk werker maakt dat de dienstverlening van de politie waardevoller is geworden en dus ook méér geld zal gaan kosten.

Politie CAO cartoonMinister en vakbonden liggen nog ver uit elkaar in hun arbeidsconflict bij de Nederlandse Politie. De minister zegt dat de beloningswensen ver uit gaan boven haar budgetruimte en dat een juist salaris kan worden afgemeten aan wat anderen in vergelijkbare situaties verdienen. De vakbonden stellen vast dat het feitelijke netto salaris van een politieagent zelfs met de toelagen, te weinig is om een gezin van te onderhouden en dat met het huidige salaris te weinig waardering wordt geuit voor het werk van een politieagent. Beide partijen hebben hun goede wil getoond om alle oplossingsmogelijkheden te verkennen, maar het heeft tot dusver niet geholpen.

Het overleg tussen partijen zal moeten worden vlotgetrokken vanuit een andere  invalshoek. Hierbij spelen twee zaken een rol: ten eerste de arbeidsmarkt waar een werknemer al dan niet meer kan verdienen en ten tweede de aanwezige overhead bij de organisatie van de politie.  Als je naar de arbeidsmarkt kijkt, dan blijkt dat de waardering er wel degelijk is. Als je naar de overhead kijkt van de politieorganisatie zelf, dan blijkt daar genoeg winst te halen valt om aan de verwachtingen van de vakbond te voldoen.

Waardering en aantrekkelijkheid
De politie verleent diensten aan de samenleving die belangrijk worden gevonden door burgers en overheid, waarbij de vraag vaak groter is dan het aanbod. Met andere woorden er is een goed product en er zijn ruim voldoende klanten. De prijs staat hierdoor op zich niet onder druk en de werknemers krijgen toenemende waardering voor hun werk. Het is echter wel normaal dat werknemers in zo'n situatie meer geld willen verdienen. Als iemand in een bedrijf ziet dat het belang van zijn werk toeneemt dan krijgt deze persoon de kriebels als er geen salarisverhoging plaatsvindt. Uit de huidige praktijk blijkt dat er bij wervingsacties voor de politie altijd veel sollicitanten zijn waarvan slechts een klein deel voldoet aan de beroepseisen. Het aanbod dat bij een advertentie wordt aangetrokken is duidelijk van een te laag niveau. Anders gezien: politiewerk lijkt onvoldoende aantrekkelijk voor professionele goed opgeleide werknemers. Die kunnen met minder inspanning tenminste hetzelfde of meer verdienen bij andere werkgevers.
Een korte verkenning naar salarisniveaus van primaire beroepen in Nederland geeft het volgende beeld:

Beroep met netto inkomen per maand
Woningstoffeerder (stoffeerder)  1350
Postbode (bezorger)                 1470
Vrachtwagenchauffeur               1530
Slager (winkel)                         1540
Kraanmachinist                        1560
Brandweerman                         1560
Bakker                                    1570
Buschauffeur                            1570
Beveiligingsfunctionaris             1590
Timmerman                              1600
Politiemedewerker (agent)         1660
Boekhouder                             1670
Politiemedewerker (hoofdagent) 1760
Verpleegkundige (MBO)            1780
Verpleegkundige (HBO)             1820
Treinmachinist                          1820
Politiemedewerker (wijkagent)    1950
Leerkracht (lager onderwijs)       2010

(In deze cijfers is uitgegaan van het vaste jaarsalaris, inclusief 13e maand, vakantiegeld en pensioenpremie en exclusief vergoedingen en de premie voor ziektekostenverzekering.)
Vanuit dit marktbeeld kunnen we zeggen dat politiewerk goed wordt betaald. We kunnen tegelijkertijd ook vaststellen dat het politiewerk zich naar een hoger niveau beweegt waar vergelijkbare beroepen in onderwijs en zorg een beter salaris opleveren. De professionaliteit en de wijsheid waarmee politiemedewerkers met burgers moeten omgaan vraagt een beroepsniveau dat vergelijkbaar is met de onderwijzer en de verpleegkundige. Een groei van bromsnor en Louis de Funs naar de professionele maatschappelijk werker maakt dat de dienstverlening waardevoller is en dus ook mr geld zal gaan kosten.

Wie bepaalt de waarde van politiewerk?
Bij de politie is het moeilijk vast te stellen wat de waarde is van het werk. Daardoor is het lastig duidelijk te maken wat een goed salaris is. In de actuele salarisdiscussies wordt vaak verwezen naar de toegenomen maatschappelijke waardering van politiewerk, waarbij de argumentatie wordt versterkt met de "grote werkrisico's" en "bezwarende werkomstandigheden". Ook de reacties van het publiek worden aangehaald om de waardering voor politiewerk te onderbouwen. Ieder weet dat de maatschappelijke waardering voor de vuilnisophaal groot is. Zo ook met zorg, brandweer enzovoorts. Het is dus lastig om salarisniveaus af te stemmen op de maatschappelijke waardering. We kunnen alleen kijken naar het budget dat de maatschappij (=regering) beschikbaar stelt voor politiewerk. En daar begint de echte discussie.

Minder overhead bij politie
De rijksbegroting 2008 zet 4,5 miljard in voor politiewerk. In de uitwerking komt ongeveer 4,2 miljard beschikbaar voor de politieregio's en de landelijk opererende KLPD. Het restant van 0,3 miljard is beschikbaar voor apparaatkosten, bestuur en speciale projecten. De politieorganisatie genereert zelf inkomsten van rond de 150 miljoen euro per jaar. Dit maakt dat er in 2008 ongeveer 4,35 miljard beschikbaar is voor alle politiewerk in regionaal en landelijk verband. De politie besteedt van haar budget ongeveer 70% aan personeelskosten. Van die 70% gaat 80% naar de echte uitvoering van politiewerk, hetgeen betekent dat hier krap 2,5 miljard beschikbaar is voor de personeelslasten van 40000 medewerkers. Dit maakt per persoon 60000 euro voor alle directe personele lasten, inclusief opleiding. De politieregio's en de KLPD hebben invloed op de besteding van het budget en daarmee op de hoogte van de personele lasten. Van buitenaf bezien, kunnen we zeggen dat de politie zelf keuzes maakt over de inzet van middelen. Gezien de cijfers kan de politie geld anders inzetten en ruimte creren voor hogere salarissen, vooral door het terugdringen van apparaatkosten en overhead. Een direct voor de hand liggende besparing kan worden gerealiseerd door alle facilitaire diensten van de regio's en de KLPD onder te brengen bij n landelijke facilitaire dienst. Bovendien kunnen zij zeer waarschijnlijk meer eigen inkomsten genereren door bijvoorbeeld de dienstverlening aan derden scherper in rekening te brengen.
De wensen van de vakbonden (200 euro netto per maand erbij) komen uit op een salarisverhoging van ongeveer bruto 300 euro. Als dit voor alle 50000 medewerkers wordt doorgevoerd kost dit ongeveer 180 miljoen euro (als je het qua doorwerking en fiscaal handig inricht). Binnen het budget van de politie betekent dit een verschuiving van bijna 4% van overhead en apparaatkosten naar primaire productiekosten. Een dergelijke besparingsoperatie is bedrijfsmatig gezien een eitje. Gezien het budget en de mate waarin dit aan blauw op straat wordt besteedt kan de politieorganisatie zelf ook een stap maken en de waardering voor het echte politiewerk verhogen. Het zou in dit kader ook beter zijn als de Politie zelf de CAO-onderhandelingen voert en niet de minister.

Kom op, los het op!
Het huidige arbeidsconflict kan vanuit een andere invalshoek worden benaderd. Enerzijds kan de Politie zelf meer verantwoordelijkheid op zich nemen en geld vrijmaken voor betere beloning van politiewerk. Anderzijds heeft de minister zich in een onmogelijke situatie laten dwingen door de verantwoordelijkheid van de Politieorganisatie over te nemen en met een vast budget de onderhandelingen in te gaan. In een bedrijf kan je niet ineens meer omzet gaan maken om het personeel beter te betalen. Zo kan ook de minister niet ineens meer budget van de rijksbegroting krijgen, die immers alle maatschappelijke en politieke afwegingen al in zich heeft. Het is de kant van de dienstverlener die hier de oplossing moet bieden. De politie is zelf verantwoordelijk voor de haalbaarheid van de politiebegroting.

NB
Eprom is leverancier/adviseur van de Nederlandse Politie en het Ministerie van Binnenlandse Zaken in het kader van functiebeschrijving, functiewaardering en beloning.